home bodybuilding.nl


koolhydraten

eiwitten

vetten

vitamines

mineralen




 

Vetten zijn voor je lichaam als olie voor een motor!





Het is belangrijk meer te weten over vetten. In tegenstelling tot wat de meeste mensen denken zijn vetten belangrijke grondstoffen en vaak de basis voor uiteenlopende processen in ons lichaam. Vet heeft als belangrijkste functie het leveren van energie. De vitamines A, D, E en K kunnen alleen opgelost worden in vet.

Vet kan zowel van plantaardige als dierlijke oorsprong zijn. Belangrijk is een simpel onderscheid te maken tussen 'goede' en 'slechte' vetten.

Verzadigde vetten zijn van het soort dat gevonden wordt in producten als vlees en zuivelproducten. Je lichaam gebruikt ze vrijwel uitsluitend voor het leveren van energie.

Als je te veel van ze eet van dag tot dag kan het zorgen voor fysiek ongemak in de vorm van het dichtslibben van aderen en andere problemen. Onverzadigde vetten vind je meestal in producten van plantaardige oorsprong. Voorbeelden hiervan zijn te vinden in zonnebloemolie, olijfolie en noten.

De vetzuren worden door het lichaam gebruikt voor het maken van celmembranen, het ondersteunen van het centraal zenuwstelsel, het produceren van belangrijke hormonen en veel andere essentiële processen in ons lichaam.


Daarnaast gebruikt het lichaam ze ook voor het produceren van energie op het moment dat de meest belangrijke functies van deze vetzuren reeds zijn vervuld.

Omega-6 en omega-3 vetzuren

Je lichaam kan heel veel verschillende vetten zelf maken behalve vetten van het type omega-6 en omega-3. Deze vetten dienen in het beste geval uit je voeding te komen. We noemen dergelijke vetten ook wel 'essentiële' vetten. Jammer genoeg krijgen maar weinig mensen deze vetten via de voeding binnen.

Praktische manieren om te zorgen dat je deze vetten binnenkrijgt zijn de volgende:

  • gebruik elke dag meer dan een halve eetlepel lijnzaadolie
    (bijv. over salades) of door je eiwitshake
  • gebruik zonnebloemolie en olijfolie waar mogelijk
  • neem af en toe een handvol walnoten, amandelen of
  • zonnebloempitten
  • gebruik een biologische pindakaas op grof volkoren brood
  • eet regelmatig vette vis als zalm, forel en makreel
  • eet met enige regelmaat kalkoen en rundvlees

Als je zorg draagt voor het toepassen van één of meer van de bovenstaande adviezen ben je al aardig op weg naar het verbeteren van je trainingsresultaten en je algemene gezondheid.

Voeg lijnzaadolie toe aan je dagelijkse voeding voor voldoende Omega-6 en Omega-3 vetzuren.

Tekst: Tobias van der Avort


Lijnzaad verhoogt aanmaak testosteron

Toxicologen van de FDA hebben ontdekt dat een dieet met vlaszaad of vlasmeel de hoeveelheid testosteron en LH verhoogt. Hoe dat gebeurt is niet uit het onderzoek af te leiden. De wetenschappers wilden weten of vlaszaad, dat in steeds meer supplementen wordt verwerkt, de mannelijke voorplanting ontregelt.

De onderzoekers gaven zwangere ratten voer dat voor 20 procent of 40 procent uit vlaszaad bestond, of voor 13 procent of 26 procent uit vlasmeel. Nadat de dieren waren bevallen, gaven de wetenschappers de jongen zeventig dagen lang hetzelfde dieet. De bevindingen hebben betrekking op die jongen.

Vlas is niet gevaarlijk, ontdekten de onderzoekers. De kwaliteit en aanmaak van de zaadcellen, het gewicht van de zaadballen en de zaadleiders en de testosteronconcentraties in de geslachtsorganen veranderde niet.

Wel steeg in de beide vlaszaadgroepen de aanmaak van het stuurhormoon LH, dat de zaadballen aanzet om meer testosteron aan te maken. In de groep waarvan het voer voor 26 procent uit vlasmeel bestond, stegen zowel de LH als het testosteron. Door het malen van het zaad wordt op opneembaarheid van de actieve stoffen waarschijnlijk groter. Daarnaast verminderde het gewicht van de prostaat in alle groepen.

De resultaten lijken te wijzen op de aanwezigheid van pseudo-hormonen, misschien wel pseudo-androgenen, in vlas. Of je door suppletie met lijnzaadolie hetzelfde kunt bereiken is nog maar de vraag.

Bron

Sprando RL, Collins TF, Black TN, Olejnik N, Rorie JI, Scott M, Wiesenfeld P, Babu US, O'Donnell M. The effect of maternal exposure to flaxseed on spermatogenesis in F(1) generation rats. Food and Chemical Toxicology, april 2000, 38(4), blz. 325-334.

Tekst: Willem Koert, Ergogenics

Vetcelkennis voor gevorderden

Het geheim van afvallen is heel simpel: het heeft tijd nodig. Hoe langer je ermee bezig bent, des te beter gaat het. Vergeet even al die verhalen over het 'inzakkende metabolisme'. Ze zijn wel waar, maar wat in dit stukje staat is belangrijker.

Vetcellen en receptoren
Vetcellen hebben receptoren voor hormonen als adrenaline en nor-adrenaline. Die hormonen kunnen de vetopbouw of de -afbraak stimuleren. Koppelen ze aan de drie soorten beta-receptoren, dan breekt de vetten af. Koppelen ze aan de alfa-2-receptor, dan prikkelen ze de cel juist om vetten op te slaan.(1) (Voor de oplettende lezertjes: vetcellen hebben ook alfa-1-receptoren maar die doen niks met vet. Ze zijn voor ons verhaal niet belangrijk.)(14)

Menselijke vetcellen bevatten meer alfa-2-receptoren dan beta-receptoren en menselijk adrenaline en nor-adrenaline koppelen daar ook nog eens makkelijker aan vast dan aan beta-receptoren. Daarom worden mensen snel dik, en sneller naarmate we ons drukker maken of meer last hebben van stress.(2) Stress leidt immers tot meer adrenaline en vervolgens tot prikkeling van de alfa-receptoren. Indirect leidt stress tot een hoger afgifte van cortisol en insuline. Die hormonen verminderen de gevoeligheid van de beta-receptoren.(6)

Verschillen tussen mensen
Sommige mensen worden makkelijker dik dan andere. Onderzoekers hebben ontdekt dat mensen - en vooral vrouwen - met overgewicht minder goed werkende beta-2-receptoren hebben.(4) (16)

Ook de alfa-2-receptoren zijn niet bij iedereen hetzelfde. Bij de meeste slanke mensen worden alfa-2-receptoren door dieet al snel ongevoelig waardoor het ververlies sneller gaat. Bij mensen met aanleg om dik te worden heeft dat proces meer tijd nodig.(11)

Verschillen tussen vetcellen
Vetcellen in je ingewanden reageren sneller op dieet dan het onderhuidse vet op je buik. Dat komt omdat de cellen in je buikholte meer en gevoeliger beta-receptoren en ongevoeliger alfa-2-receptoren hebben dan het vet onder je huid.(7) (13) Daarom is het moeilijker om droog te worden op je buik dan de omvang ervan te verminderen.

De vetcellen op plaatsen waar je het moeilijkst vet verliest (bij vrouwen bijvoorbeeld op hun achterwerk, bij mannen in hun zij) hebben minder gevoelige beta-2-receptoren en meer alfa-2-receptoren.(15)

Afvallen en receptoren
Om sneller af te vallen moet je dus je alfa-2-receptoren blokkeren en je beta-receptoren prikkelen. Dat kan door te sporten, blijkt uit onderzoek. Vrouwen die trainen hebben bijvoorbeeld andere onderhuidse vetcellen op hun buik dan vrouwen die een zitten leven leiden. De cellen van de sportieve vrouwen hebben ongevoeliger alfa-2-receptoren en gevoeliger beta-2-receptoren.(12) (17)

Ook afvallen helpt. Gewichtsverlies maakt de beta-2-receptoren gevoeliger waardoor ze meer vetten afbreken als stresshormonen aan de beta-receptoren koppelen.(8) Daarnaast reageren vetcellen door afvallen minder goed op insuline.(10)

Conclusie
Een lang en ingewikkeld verhaal, maar met een duidelijke conclusie. Ja, sommige mensen vallen sneller af dan anderen. Maar uiteindelijk kan iedereen vet kwijtraken. Sporten helpt maar het is uiteindelijk gewoon een kwestie van volhouden.

Het ombouwproces van de vetcel heeft echter wel tijd nodig. Als je op dieet gaat kun je dus beter de eerste weken net iets minder eten dan je nodig hebt. Dan leer je je vetcellen om zichzelf af te breken. Als het zover is, en je merkt dat je lichaam reageert op het dieet, dan kun je je energie-inname verder naar beneden schroeven. Als je meteen begint met een streng dieet, eet je lichaam je spieren op omdat je vetcellen er nog niet aan toe zijn.

Tenslotte kun je aan de hand van het bovenstaande afleiden welke middelen wel en niet werken als je aanleg hebt om dik te worden. Dat doen we hieronder.

Yohimbine Yohimbine werkt wel aan het begin van je afvalkuur. Yohimbine blokkeert de alfa-2-receptoren maar werkt minder goed als de vetcellen de afvaltruc onder de knie hebben gekregen.

CaffeineEfedrineAspirine-stack, Efedra De CEA-stack en Efedra zorgen voor prikkeling van alle receptoren. Daarom werken ze pas als je al aan het afvallen bent. Anders dan Clenbuterol kunnen deze middelen aan het begin van je afslankkuur zelfs negatief werken. De stack werkt ook in op je alfa-receptoren, waardoor je juist vet gaat vasthouden. Een combinatie met Yohimbine kan dat verhelpen, maar daardoor stijgt wel de kans op psychische bijwerkingen.

Tyrosine Tyrosine is een aminozuur waarvan het lichaam stoffen als dopamine, adrenaline en nor-adrenaline maakt. Werkt als je al aan het afvallen bent - en anders averechts. Goede trainingsbooster.

Guggulsterones Guggulsterones zijn nog het beste supplement voor mensen die moeilijk afvallen. Ze verhogen de aanmaak van schildklierhormoon. Schildklierhormonen maken de beta-receptoren gevoeliger.(5) Guggulextracten werken als je net begint met afvallen maar ook als je wat verder bent.

Calcium Calcium blokkeert de vetopbouw. Je moet het een half jaar en misschien nog wel langer slikken om resultaat te zien. Maar als je er voldoende bij drinkt heeft het geen bijwerkingen (behalve dan dat het je bloeddruk verlaagt en je skelet sterker maakt).

CLA CLA is duur maar werkt. Het stimuleert de spieropbouw en de vetafbraak. Maar ook dit is weer een middel waarvan het effect pas op langere termijn zichtbaar wordt.

Bronnen

1. Fain JN, Garcia-Sainz JA. Adrenergic regulation of adipocyte metabolism. J Lipid Res 1983 Aug;24(8):945-66.
2. Lafontan M, Berlan M, Carpene C. Fat cell adrenoceptors: inter- and intraspecific differences and hormone regulation. Int J Obes 1985;9 Suppl 1:117-27.
3. Lonnqvist F, Thome A, Nilsell K, Hoffstedt J, Arner P. A pathogenic role of visceral fat beta 3-adrenoceptors in obesity. J Clin Invest 1995 Mar;95(3):1109-16.
4. Reynisdottir S, Wahrenberg H, Carlstrom K, Rossner S, Arner P. Catecholamine resistance in fat cells of women with upper-body obesity due to decreased expression of beta 2-adrenoceptors. Diabetologia 1994 Apr;37(4):428-35.
5. Wahrenberg H, Wennlund A, Arner P. Adrenergic regulation of lipolysis in fat cells from hyperthyroid and hypothyroid patients. J Clin Endocrinol Metab 1994 Apr;78(4):898-903.
6. Langin D, Tavernier G, Lafontan M. Regulation of beta 3-adrenoceptor expression in white fat cells. Fundam Clin Pharmacol 1995;9(2):97-106.
7. Hoffstedt J, Shimizu M, Sjostedt S, Lonnqvist F. Determination of beta 3-adrenoceptor mediated lipolysis in human fat cells. Obes Res 1995 Sep;3(5):447-57.
8. Reynisdottir S, Langin D, Carlstrom K, Holm C, Rossner S, Arner P. Effects of weight reduction on the regulation of lipolysis in adipocytes of women with upper-body obesity. Clin Sci (Lond) 1995 Oct;89(4):421-9.
9. Lafontan M, Bousquet-Melou A, Galitzky J, Barbe P, Carpene C, Langin D, Berlan M, Valet P, Castan I, Bouloumie A, et al. Adrenergic receptors and fat cells: differential recruitment by physiological amines and homologous regulation. Obes Res 1995 Nov;3 Suppl 4:507S-514S. {PubMed]
10. Hellstrom L, Reynisdottir S, Langin D, Rossner S, Arner P. Regulation of lipolysis in fat cells of obese women during long-term hypocaloric diet. Int J Obes Relat Metab Disord 1996 Aug;20(8):745-52.
11. Hellstrom L, Rossner S, Hagstrom-Toft E, Reynisdottir S. Lipolytic catecholamine resistance linked to alpha 2-adrenoceptor sensitivity--a metabolic predictor of weight loss in obese subjects. Int J Obes Relat Metab Disord 1997 Apr;21(4):314-20.
12. Am J Physiol 1997 Sep;273(3 Pt 1):E497-506. Regional differences in adipose tissue metabolism between sedentary and endurance-trained women. Mauriege P, Prud'Homme D, Marcotte M, Yoshioka M, Tremblay A, Despres JP.
13. Van Harmelen V, Lonnqvist F, Thorne A, Wennlund A, Large V, Reynisdottir S, Arner P. Noradrenaline-induced lipolysis in isolated mesenteric, omental and subcutaneous adipocytes from obese subjects. Int J Obes Relat Metab Disord 1997 Nov;21(11):972-9.
14. Lafontan M, Barbe P, Galitzky J, Tavernier G, Langin D, Carpene C, Bousquet-Melou A, Berlan M. Adrenergic regulation of adipocyte metabolism. Hum Reprod 1997 Oct;12 Suppl 1:6-20.
15. Large V, Hellstrom L, Reynisdottir S, Lonnqvist F, Eriksson P, Lannfelt L, Arner P. Human beta-2 adrenoceptor gene polymorphisms are highly frequent in obesity and associate with altered adipocyte beta-2 adrenoceptor function. J Clin Invest 1997 Dec 15;100(12):3005-13.
16. Berman DM, Nicklas BJ, Rogus EM, Dennis KE, Goldberg AP. Regional differences in adrenoceptor binding and fat cell lipolysis in obese, postmenopausal women. Metabolism 1998 Apr;47(4):467-73.
17. De Glisezinski I, Crampes F, Harant I, Berlan M, Hejnova J, Langin D, Riviere D, Stich V. Endurance training changes in lipolytic responsiveness of obese adipose tissue. Am J Physiol 1998 Dec;275(6 Pt 1):E951-6.
18. Gerber JG, Detmar-Hanna D, Zahniser NR. Lack of an effect of age on beta-adrenoceptor-mediated lipolysis in isolated human adipocytes. J Gerontol A Biol Sci Med Sci 1999 Feb;54(2):B71-7.
19. Valet P, Saulnier-Blache JS. Metabolic and trophic role of catecholamines in the development of white adipose tissue. Ann Endocrinol (Paris) 1999 Sep;60(3):167-74.

Tekst: Willem Koert, Ergogenics

   


Ga direct naar bodybuilding-shop.eu >>
                                           


Home Bodybuilding.nl | © Copyrights 2002-2006 BuildingYourBody.com All rights preserved.